Suikerziekte (diabetes) bij hond en kat

Wist u dat 1 op de 500 honden en 1 op de 200 katten in Nederland suikerziekte heeft? En dit aantal blijft stijgen! Heeft u een hond of kat die overmatig drinkt, plast, en afvalt ondanks goede eetlust? Laat dan bloed en urine controleren op suikerziekte!

Wat is suikerziekte? Suikerziekte is een aandoening waarbij het glucosegehalte (suiker) in het bloed te hoog is door een tekort aan het hormoon insuline. Glucose is een belangrijke energiebron voor de lichaamscellen. Het wordt tijdens de vertering van de koolhydraten uit de voeding gevormd in de dunne darm en van daaruit opgenomen in het bloed. Glucose kan alleen vanuit het bloed naar de lichaamscellen  gaan met behulp van insuline. Dieren met suikerziekte produceren of te weinig insuline of de cellen zijn minder gevoelig voor insuline, waardoor het bloedsuikergehalte te hoog wordt.

Hoe ontstaat suikerziekte? Diabetes is een ingewikkelde ziekte waarbij diverse oorzaken een rol spelen. Insuline wordt gemaakt in de alvleesklier (pancreas). Suikerziekte kan dus ontstaan als de alvleesklier niet meer goed werkt.Er bestaan vier typen diabetes. De meest voorkomende typen diabetes zijn type I en type II.

Type I: de insuline-producerende cellen van de alvleesklier worden door het eigen immuunsysteem afgebroken. Hierdoor wordt er niet genoeg insuline aangemaakt. Dit type diabetes komt voor bij ruim 50% van de honden met suikerziekte en het wordt vooral gezien bij honden van middelbare of oudere leeftijd.

Diabetes is voor een deel erfelijk.  Een verhoogd risico op het ontwikkelen van diabetes is aangetoond bij de Alaska Malamute, Chow Chow, Dobermann, Engelse Springer Spaniël, Finse Spits, Golden Retriever, Labrador Retriever, Dwergschnauzer, Old English Sheepdog, Poedel, Schipperke en West Highland White Terriër.

Type II: : Bepaalde ziekten, hormonen, medicijnen en overgewicht zorgen ervoor dat het lichaam niet goed meer reageert op insuline. Daardoor moet de alvleesklier steeds extra hard werken om toch genoeg insuline aan te maken om het suikerniveau in het bloed niet te hoog te laten zijn. Na een tijdje raken de cellen die de insuline maken, uitgeput. Dan ontstaat er acuut een tekort aan insuline.

Ziekten kunnen dus diabetes veroorzaken. Chronische alvleesklierontsteking of een alvleeskliertumor vernietigt de insuline- makende cellen, waardoor een tekort aan insuline ontstaat. Ook andere ziekten kunnen het lichaam steeds minder gevoelig maken voor insuline, waardoor het minder goed werkt. Een voorbeeld daarvan is het syndroom van Cushing, waarbij het lichaam teveel corticosteroiden aanmaakt.

Sommige medicijnen kunnen, vooral bij langer gebruik, een risico geven op het ontwikkelen van diabetes. Voorbeelden zijn corticosteroïden (zoals prednison, dexamethason) en progesteron- achtige stoffen (bijvoorbeeld de poezenpil).

Bij teven komt suikerziekte vaker voor dan bij reuen. De oorzaak hiervan is dat de eierstokken na elke loopsheid het hormoon progesteron afgeven, dat de werking van het insuline tegengaat. Daardoor kan juist in de periode na de loopsheid suikerziekte bij de teef ontstaan. Als suikerziekte in deze periode ontstaat, moeten de eierstokken zo snel mogelijk worden verwijderd en bestaat de kans dat de suikerziekte verdwijnt.

Complicaties bij suikerziekte Indien een huisdier al lang rondloopt met suikerziekte of wanneer de suikerziekte niet goed onder controle is, kunnen de zenuwen en bloedvaten beschadigingen krijgen.

Cataract (staar) is een veel voorkomende complicatie bij suikerziekte. De lens van het oog wordt ondoorzichtig en melkachtig wit. Uiteindelijk wordt het dier dan blind.  

Bij katten zijn zwakke achterpoten een veel voorkomende complicatie. Het lijkt dan net of ze met hun hielen op de grond lopen.

Verder zien we dat de wondgenezing slechter verloopt bij suikerpatienten en dat  ze gevoeliger zijn voor infecties. Omdat de urine vaak suiker bevat, is de kans op blaasontsteking of nierbekkenonsteking groter.

Ook kunnen honden of katten met suikerziekte opeens instorten en in een ketoacidose crisis terecht komen. De bloedsuikerspiegel is dan opeens heel laag geworden  (ook wel ‘hypo’ genoemd) en er gaan dan meerdere processen in het lichaam verkeerd.  Dit is een heel gevaarlijke situatie en het dier moet dan met spoed worden opgenomen!

Dit kan bijvoorbeeld gebeuren als een hond met suikerziekte wordt gesteriliseerd. Na de sterilisatie verdwijnt het hormoon progesteron, dat werking van insuline tegengaat. Als de hond na de sterilisatie niet goed gecontroleerd wordt op hoe hoog het glucosegehalte in het bloed is, wordt niet opgemerkt dat het lichaamseigen insuline niet meer wordt tegengewerkt.  Het lichaam krijgt dan teveel insuline doordat er als suikerziekte behandeling ook nog injecties insuline gegeven worden. Zo krijgt het lichaam teveel insuline en wordt al het aanwezige bloedglucose naar de cellen gebracht en opgeslagen. Er blijft dan te weinig glucose in het bloed over om als energie gebruikt te worden door het lichaam, waardoor de hond instort.

Een gelijkaardige situatie kan ontstaan als katten suikerziekte hebben gekregen door overgewicht en te weinig beweging. Afvallen is belangrijk, maar tegelijkertijd moet het bloedglucose gehalte goed gemonitoord worden. Door het afvallen wordt de insuline resistentie opgeheven. Uw huisdier kan dus over de suikerziekte heen groeien! Dit is goed nieuws, maar het kan dus ook zeer gevaarlijke situaties opleveren.

Bij zowel honden als katten kunnen deze complicaties worden voorkomen of uitgesteld door ervoor te zorgen dat de bloedsuikerspiegel niet te hoog/laag wordt. Daarom is een vroege diagnose en een goede regultatie van suikerziekte bij uw hond of kat van essentieel belang!

Error loading Partial View script (file: ~/Views/MacroPartials/Content\PageModules.cshtml)